Artikels Biografieën

Mel Blanc: de man achter Bugs Bunny & Daffy Duck, stemgoochelaar

Mel Blanc – Animatiefilmpjes waren in het begin van de gloriedagen van de film de aperitiefhapjes die de hoofdfilm kon inluiden. Mensen als Disney en anderen hebben cartoons verheven tot een volwaardig filmgenre. Deze discipline heeft zich langzaam aan ontvoogd tot een kunstig en volwaardig deel van de nu gigantische entertainment industrie.

In de jaren van de stomme film was het nog een piano of in het beste geval een orkest die het publiek bleef boeien tot aan de grote film. Later kwam er zelfs vaudeville acteurs aan te pas en zelfs circusartiesten, tot de filmmakers zich meer gingen richten op voorprogramma’s zoals nieuws verslaggeving en kleine animatiefilms. Het duurde dan ook niet lang vooraleer de animatiefilms minstens even populair werden als de grote sterren van het witte doek.

In de glorie van het visuele genot vergeet men soms wel eens dat er nog andere acteurs bestaan dan deze die de harten veroveren van het publiek op het witte doek: namelijk stemacteurs. Mensen die de gaven hadden en hebben om honderden stemmen te toveren die wonderbaarlijk zich vermengden met de grafische kunst van de tekenfilms.

Mel Blanc is één van de legendarische mensen die zijn stem leende aan honderden figuren en zo de illusie bracht dat de grappige tekenfiguren levend waren. Zonder zijn bijdrage zouden huishoudelijke namen zoals Bugs Bunny en Daffy Duck nu waarschijnlijk volslagen onbekend zijn. Een verhaal hoe bijzondere mensen achter de schermen kunnen bijdragen tot de grandeur van de filmindustrie.

 

Biografie

De stem van Warner Bros werd geboren in 1908 in San Francisco, Californië. Later verhuisde de Joodse familie naar Portland in de staat Oregon. Als kind had hij een voorliefde voor dialecten en vreemde stemmen, hij begon op tienjarige leeftijd om mensen, talen, en dialecten te imiteren tot groot jolijt van zijn vrienden. Zijn eigenlijk naam Melvin Jerome Blank veranderde hij op zestienjarige leeftijd naar Blanc met een C, omdat “blank” in het Amerikaans zoiets betekent als “leeg” of “niets”. De school kon hem niet echt boeien en Mel Blanc werd op zeventienjarige leeftijd de jongste orkestleider van het land. Hij trad voornamelijk op in vaudeville shows in Californië en Oregon.

Carrière

Mel Blanc deed er alles aan om te overleven en in 1927 werd hij gerekruteerd door een plaatselijk radiostation als stemacteur. Vijf jaar later ging hij zijn geluk gaan zoeken in Los Angeles en leerde daar ook zij aanstaande vrouw kennen. Een jaar later was de bezige bij al terug in Portland waar hij samen met zijn echtgenote een theaterstuk van de grond kreeg en doorheen Oregon optrad. Zijn vrouw Estelle kon hem echter overtuigen om terug naar het zonnige Californië te verhuizen omdat ze heel goed begreep dat de opportuniteiten voor zijn talent daar voor het grijpen lagen. Hij deed zijn intreden in Hollywood bij een plaatselijk radiostation die eigendom was van Warner Bros. Hij speelde verschillende stemrollen en was een graag geziene gast in verschillende shows van entertainers en komieken zoals onder andere de befaamde Jack Benny. De meeste van de ze shows werden opgenomen met een “life audience” en die lagen telkens in een deuk wanneer hij één van zijn gekke stemmetjes produceerde. Zelfs Jack Benny had de grootste moeite om niet te schaterlachen. In een recordtempo gaf hij het leven aan ontelbare stemtypetjes die onsterfelijk werden.

Zijn stem leek goud waard want Mel Blanc werd een beroemdheid in die mate dan de tekstschrijvers van de shows voor radio en later televisie telkens nieuwe en moeilijkere opdrachten gaven en hij hier feilloos op kon inspelen. Zo werd hem eens gevraagd om een goudvis te laten spreken of een Engels paard. Hij verstond de kunst om te minimaliseren en soms produceerde hij enkel maar een geluid maar het resultaat was telkens hetzelfde de zaal, de performers, de luisteraars en later de kijkers lagen dubbel van het lachen.

In 1946 werkte hij maar liefst simultaan aan 15 radioshows en kreeg uiteindelijk van CBS een dik verdiende eigen show. Het werd een groot succes en hij stond erop om zijn stem nog verder uit te lenen aan de andere shows van bevriende artiesten. Meer en meer kreeg de man achter de stem een eigen gezicht en kon men ook zien wie deze geheimzinnige stemgoochelaar was. Zo was hij een graag geziene gast in de “Abbott and Costello Show” van het befaamde duo die monumenten waren in de comedy wereld. Tijdens de tweede wereldoorlog was hij de stem achter propaganda (teken)films. In de jaren 40 en 50 bracht hij succesvol ook enkele platen uit.

 

Mel Blanc en zijn getekende vrienden

In 1937 vervoegde hij Warner Bros die tekenfilms aan de lopende band produceerden. Hij kwam in contact met legendarische tekenfilmregisseurs en artiesten zoals Tex Avery en Fritz Freleng. Deze mensen waren uitermate verheugd om met hem samen te werken. Zijn eerste grote kans kreeg hij als de stem van Porky Pig die later een nieuw personage zou introduceren die zelfs Donald Duck naar de kroon zou steken: de rare zwarte eend Daffy Duck. Ook voor deze Looney tune was het Mel Blanc die in een paar minuten een stem creëerde.

Mel Blanc werd al gauw de one man show van de complete verzameling Looney Tunes met zijn stemmen voor: Bugs Bunny, Tweety, Pepé Le Pew en Sylvester de kat. Voor deze laatste gebruikte hij zijn normale stem en voegde er simpelweg een lispel-geluid bij. Hij gaf ook een stem aan Happy Rabbit, het prototype dat later zou uitgroeien tot Bugs Bunny. De ene figuur na de andere zette hij moeiteloos op zijn palmares zoals de onsterfelijke Woody Woodpecker. Deze figuur belande jammerlijk genoeg later bij een andere studio.

Klik hier voor de intro van Woody Woodpecker.

Mel Blanc werd bekend voor zijn perfectionisme, zoals de “wortel-theorie”. Telkens hij een dialoog moest inspreken als Bugs Bunny kauwde hij effectief op een wortel om geloofwaardig te klinken. Nu nog leeft het hardnekkig gerucht dat hij eigenlijk geen wortels lustte of er zelfs allergisch aan was.

Mel leek met geen enkele stem echt moeilijkheden te hebben doch hij erkende dat Yosemite Sam het moeilijkst was om na te doen. In een later stadium zou hij vele van zijn briljante creaties nog ten gehore brengen in de film “Who Framed Roger Rabbit’ in 1988.

De stemgoochelaar begreep al gauw dat zijn talent letterlijk goud waard was en hij beschermde zijn “stemgeluiden” dan ook met copyrights en aarzelde niet om iedereen voor de rechtbank te halen die zijn stemmen onrechtmatig nabootsten of leenden. Hoewel de meeste stemacteurs nooit verschenen op de credits  en aardig werden genegeerd was Mel Blanc de uitzondering in Hollywood.

Hij was dan ook de absolute voorvechter van stemacteurs in Hollywood en dankzij hem krijgen velen nu de terechte compensaties en rechten die ze verdienen.

 

Beroemde Mel Blanc citaten bij monde van zijn alter ego’s:

De meeste cartoons speelden op herkenbaarheid en karakteristiek van de personages, zo ontstonden er bepaalde slagzinnen die legendarisch werden in Hollywood. Een greep uit de vele voorbeelden:

Bugs Bunny werd beroemd door “What’s Up Doc?” maar ook door “Now cut that Out”.

Tweety zei dan ook met de regelmaat van de klok: “I Thought I Saw a Bad Pussycat”.

Sylvester reageerde dan meestal met “Dispicable”.

Speedy Gonzales “Arriba Arriba”.

Deze uitspraken gingen algauw een eigen leven leiden en hierdoor werden niet alleen de cartoons er nog populairder door maar ook de man die de zinnen op de getekende lippen legde van de figuren.

Klik hier voor een video van Tweety.

 

Hanna-Barbera

Toen zijn exclusiviteitscontract bij Warner bros ten einde liep in 1960 bleef hij voor hen werken maar aanvaarde ook werk van andere studio’s zoals Hanna-Barbera.

Hij werd één van de stemartiesten bij The Flintstones als de stembanden van Barney Rubble. Er volgde nog een samenwerking voor verschillende nieuwe reeksen zoals The Jetsons, Captain Caveman en Wacky Races.

Hij werd tevens gevraagd door Chuck Jones om stem effecten te verzorgen in verschillende MGM’s Tom & Jerry cartoons tussen 1963 en 1967.

In de reclamewereld was hij een goedbetaalde artiest die verschillende stemmen verzorgde voor uiterst succesvolle en big budget commercials.

 

Het auto ongeluk in 1961

Mel Blanc overleed bijna tijdens een auto ongeluk op Sunset Boulevard in Hollywood in 1961. Het leverde hem een driedubbele schedelbreuk op en dompelde hem in een diepe coma gedurende drie weken. Hij kreeg meer dan 15.000 beterschap kaarten uit de gehele wereld, sommigen waren geadresseerd aan Bugs Bunny Hollywood, USA. Een tabloid flaterde en verklaarde hem per vergissing overleden. Mel Blanc schreef later in zijn autobiografie dat hij ontwaakte uit de coma toen de dokter hem aansprak in de geïmiteerde stem van Bugs Bunny. Na talloze pogingen om hem uit de coma te krijgen, kreeg de dokter het lumineuze idee om hem aan te spreken met: “What’s Up Doc?”, na enkele seconden antwoordde Mel Blanc met zijn Bugs Bunny stem en slenterde hij zo uit zijn comateuze toestand. Blanc schreef later dat Bugs Bunny zijn leven had gered.

Zijn zoon Noël nam het werk van zijn vader over in de studio’s, na enkele weken nam hij zijn stemmen op vanuit zijn ziekbed zodat alle shows normaal konden verdergaan. Warner bros wou hem vervangen voor de stem van Bugs Bunny tijdens zijn lange revalidatie, alle andere stemacteurs weigerden echter de baan uit respect voor hun grote voorbeeld.

Het Instituut Mel Blanc

In de jaren zeventig was deze man uitgegroeid tot een levende Amerikaanse legende en kreeg het respect van velen. Zo gaf hij heel veel lezingen aan universiteiten die telkens nokvol werden bijgewoond door de studenten.

Hij sprak nog de stem in van de Robot Twiki in de sciencefiction serie Buck Rogers in the 25th Century. Hij werkte nog steeds voor commercials, radioshows en televisie doch was selectiever wat het werk betrof. De moeilijke stemmen zoals Yosemite Sam deed hij niet meer. Hij verleende nog zijn medewerking voor educatieve films voor kinderen.

Zijn laatste grote performance was voor de film “Who Framed Roger Rabbit?” in 1988, het zou zijn laatste grote opdracht worden. Ironisch genoeg kreeg Disney toestemming van Warner Bros om de personages eenmalig te gebruiken, het was dan ook de eerste en enige maal dat Mel Blanc werkte in opdracht van de grote Walt Disney Studios.

That’s All Folks

In 1989 werkte Mel Blanc aan een commercial samen met zijn zoon Noël. Op het einde van de filmsessie voelt Mel zich niet goed en wordt hij opgenomen in een hospitaal in Los Angeles. Ten gevolge van een hersenembolie zou hij twee dagen later overlijden op de tiende juli 1989.

Zijn dood zou een shockgolf veroorzaken in de industrie. Een commentator verkondigde dat alle karakters van de animatie in diepe rouw waren voor de man die hun menselijkheid en geloofwaardigheid had gegeven. Het was vreemd te bedenken dat één enkele man zovele stemmen tot leven had gewekt met een onnavolgbaar succes.

Mel Blanc wordt aanzien als de voornaamste stemacteur sinds het ontstaan van de moderne entertainment industrie. Hij was een baanbreker die erkenning gaf aan het beroep stemacteur.

Zijn zoon Noël zou verder in zijn voetstappen werken doch koos er bewust voor om zijn vader niet te vervangen uit respect.

Mel Blanc is titularis in het Guiness Book of World records als de man met minstens 1.000 stemmen. Mel Blanc zelf hield het op 850 stemmen.Daffy Duck deed hij maar liefst 52 jaar alsook Porky Pig. Hij is de enige stemacteur die zoveel karakters heeft neergezet en had ook de langste periode van dienst.

Een aanrader is zijn biografie: That’s Not All, Folks!, 1988 by Mel Blanc, Philip Bashe. Warner Books, ISBN 0-446-39089-5 (Softcover), ISBN 0-446-51244-3 (Hardcover)

Op zijn grafsteen staat ironisch en met een gevoel voor humor: “That’s All Folks”.

Bedenking

Mel Blanc is het klassieke voorbeeld van iemand met immense talenten die er in eenvoud en in de kracht van zijn vakmanschap in slaagde om een gigantische bijdrage te leveren aan de kunst.

Hij is de perfecte illustratie dat een film in welke vorm dan ook maar het eindresultaat is van een team. Ook vandaag zijn vele acteurs genoodzaakt om “vocaal werk” aan te nemen om te overleven. Deskundige acteurs zijn niet vies om hun stemtalenten te lenen voor reclameopdrachten of animatie. Wanneer men nu de credits zie van een Dreamworks productie bijvoorbeeld zien we dat stemacteurs aan belang hebben ingewonnen.

Het grote verschil tussen stemacteurs en Mel Blanc is het feit dat deze man in staat was om zoveel fantasie en variëteit te leggen in honderden figuren. Hij leende niet alleen zijn stem, hij was een schepper, zoals een schilder op een wit doek een compositie maakt, zo creëerde hij leven vanuit een tekening. Het is aannemelijk dat hij in elke stem en dus in elk personage een deel legde van zijn persoonlijkheid, dromen en fantasie. In hem zie ik dan ook een soort van aanvulling of zelfs tegenpool van Walt Disney, beiden tovenaars die dromen konden scheppen en overbrengen maar dan elk op een andere manier.  Deze man zal dan misschien door de jaren worden vergeten maar het is ontegensprekelijk dat hij zijn industrie en zijn kunstvorm heeft veranderd en op die manier onsterfelijk is.

 

© Thalmaray

Laat een reactie achter